Jullie over ons
Hier publiceren we artikelen over onze gebieden en uitstapjes met onze boten. Hier is een artikel van begin 2001 over een zeilreis in de Müritz (het meeste wat is beschreven kan eveneens met een motorboot gedaan worden).
Oost ontmoet West (uit “Yachting monthly”, 3/2001, pagina 108, geschreven door D. Jefferson)
De Duitsers noemen het ‘Wasserwanderer’. Op de Mecklenburgse grote meren wordt het woord gebruikt om diegenen te beschrijven die de wateren ontdekken met vaartuigen variërend van kleine roeiboten tot motorjachten zoals Suleika, onze verhuurboot Bènèteau First 265. Kleine vaartuigen blijven aan de oevers en haar bemanning brengt de nacht door op aangewezen kampeerplaatsen. De grotere boten hebben een grote keuze aan binnenwateren om te zeilen, en een keuze aan jachthavens en ankerplaatsen rond oude steden en dorpen die, slechts een paar jaar geleden, voor westerlingen ontoegankelijk waren doordat ze mijlenver achter de Berlijnse muur liggen.
Na een week op het water, de tijd inbegrepen met gestreken mast en opgeheven kiel die we nodig hadden om van het ene meer naar het andere te gaan, voelden wij ons als `water zwervers’ die de grote Duitse meren ontdekten waarvan sommigen 100 km ten noordwesten van Berlijn lagen. Dit is een land dat gezegend is met meer dan 200 aanzienlijke meren, waarvan velen gebruikt worden voor de watersport. Sommigen zijn verbonden door waterwegen, anderen via korte routes, en het is mogelijk om een boot rechtstreeks vanuit het stadscentrum van Berlijn naar de Mecklenburgse meren te varen.
Onze bestemming was de Müritz, het tweede grootste meer van Duitsland. Het is anderhalf uur rijden vanuit Berlijn, via de autosnelweg die dicht langs luchthaven Tegel loopt, en na korte tijd waren we de Suleika gereed aan het maken bij Kuhnle-Tours Rechlin verhuurbasis. De 8,2 m Bènèteau First was van ons voor de komende zeven dagen.
Kuhnle-Tours heeft verscheidene basissen in Duitsland van waaruit zij vloten van motorschepen opereren, maar Rechlin, in Duitsland gelegen en vergelijkbaar met het Engelse “Lake District”, is hun enig centrum voor de verhuur van Firsts. Ik was onder de indruk van Suleika, die een dubbele achterdekse hut en een ruime salon had met bedden groot genoeg voor de langere leden van onze bemanning. De enige wijzigingen die Kuhnle-Tours had gemaakt was het aanbrengen van verwarming voor Spartaanse types die buiten het seizoen huren (tegen de aantrekkelijke lage tarieven), en het zeer opmerkelijke systeem om de mast omlaag en omhoog te hijsen.
De behulpzame dame van kantoor toonde zonder enige hulp van anderen hoe dit werkte. Na het uittrekken van de pin van de voorstag duurde de gehele operatie niet meer dan een minuut. Ik verlangde naar eenzelfde systeem voor onze gaffelgetuigde kotter, het huidige systeem van ons schip dat tot heden altijd veel tijd van de dag vergt. Binnen twee uren waren we gepakt en klaar om te varen.
Wij maakten ons met het gebruik van de boot vertrouwd door overstag te gaan naar de beboste oostelijke kant van de Müritz, en van daaruit konden we fijn met ruime wind naar de andere kant komen, en haalden pas de zeilen omlaag toen we twee mijl verder waren op de ‘Binnensee’ bij één van de twee jachthavens van Röbel. In de avond dineerden wij buiten bij het jachthaven restaurant, terwijl we naar beelden keken van drukke bezigheden van zeilers die hun zeiljollen voorbereidden voor een belangrijke regatta voor de volgende dag. Onopgemerkt vertrokken wij vanuit de jachthaven voordat zaterdagochtend de eerste races begonnen. Wij zetten koers terug naar Rechlin om Michael, één van de bemanningsleden, af te zetten die met zijn zoon binnen een paar dagen zou terugkeren. Wij voeren terug naar Röbel, maar dit keer met geheven kiel en zeilden zo het gebied van de zandbanken en de ondieptes van de Binnensee binnen, waar we zouden gaan zwemmen en ook ons geluk zouden proberen bij het vissen. De meren zijn geliefd bij vissers, maar deze keer werd het toch pasta als avondmaal - hoewel wij verzekerd werden dat het meer wemelde van snoek, karper en baars.
De volgende dag voeren wij de Suleika naar de stadskade van Röbel, die zo populair is dat de havenmeester ervoor zorgt dat bezoekende vaartuigen het anker gebruiken en hun achtersteven vastleggen. Wij wilden de oude stad zien en de klokkentoren van de St. Marien kerk beklimmen voor een buitengewoon uitzicht op de Binnensee en de Müritz, bestippeld met zeilen zover het oog kon zien. Een groot deel van de oostzijde van de Müritz is een Nationaal Park en plezierboten worden binnen een lijn van boeien, 600 m van de kant niet toegelaten. Dit natuurreservaat, ontstaan in 1990, is nu de thuisbasis van vele zeldzame vogels.
Terug op het water, maakten wij ons op voor een tocht langs de uitgestrekte oeverlijn ten noorden van het reservaat, waar vele jachten in de ondiepten voor anker lagen. Met een druk op de knop haalden we de kiel omhoog terwijl onze diepgang verminderde van 1.94 m naar 0.66 m en we dichter bij de kant kwamen voordat we het anker lieten vallen om te gaan zwemmen. Als wij onze zwemkleding vergeten zouden hebben, zou het niets uitgemaakt hebben aangezien de meeste mensen om ons heen naakt waren, al zwemmend of op hun boten. Met typische Britse terughoudendheid, had ik twee dagen tevoren nog geen wenkbrauw opgetrokken bij het zien van een naakte ‘gerimpelde' aan het roer van zijn boot. Mijn reispartners vertelden me dat deze gewoonte terugdateert van een tijd dat nudisme één van de weinige vrijheden was waarvan Oost Duitsers konden genieten.
Wij probeerden zeilend met de fok en met ingetrokken kiel de ankerplaats te verlaten, maar zonder succes en, spoedig na het optrekken, dwongen dreigende wolken ons de zeilen te laten zakken en op de motor naar de stad van Waren te varen aan het Noordeinde van de Müritz. Wij hadden net genoeg tijd om de boot in de stadsjachthaven onder te brengen voordat de hemel zich opende terwijl we naar het dichtstbijzijnde restaurant aan de waterkant snelden en onder de luifel van één van de buitentafels buiten schuilden.
Toen Michael terugkeerde met zijn zoon, waren wij nu met drie volwassenen en twee kinderen, wat onze stopplaats die nacht bepaalde. Wij hadden de mast in Waren laten zakken en gingen verder over 3 km Reeck kanaal. Dit kanaal heeft een vaste wegbrug, en tussen de mast in de masthouder en de brug zat slechts 10 cm. Dit korte kanaal leidde ons naar ruime wateren van een ander meer, de Kölpinsee, dat een smal kanaal heeft met boeien in het midden.
De meren zijn goed met boeien voorzien en de uitstekende gids aan boord laat duidelijk de 10 m, 5 m en 2.5 m grenzen zien. Op de Müritz, dat een gebied van 72,5 vierkante kilometer beslaat, is er diep water dat overal meer dan 2.5 m. is, behalve sommige afgelegen ondiepe plekken in het midden en ondieptes die tot 1 km van de westelijke en oostelijke oevers reiken.
De wind begon aan te wakkeren en maakte korte steile golven over de Kölpinsee terwijl wij een korte route namen naar een ander meer - de Fleesensee. Op de rand van de Malchow zagen wij een plaats die eruit zag als de ideale plek om te overnachten - een kleine jachthaven met een restaurant, een beschermd en kunstmatig aangelegd strand om te zwemmen, een kinderspeelplaats en een plaats om een tent op te slaan om onze uitgebreide bemanning onder te brengen. Het was een groot succes, vooral met de kinderen en de kosten van ons nachtelijk verblijf voor minder dan 5 Pond - typisch voor de meeste jachthavens rond de meren. Ik wilde Plau zien. Net als Waren en Malchow, was het in het midden van de 19e eeuw een populair kuuroord geweest, hoewel de stad terug dateert uit de 13de eeuw, toen Plau nog een versterkte ommuurde stad volledig met gracht was. De doorgang naar Plau hield in dat we via de draaibrug in Malchow gingen, waar de brugwachter een visnet uithing voor 2 DM tolgeld en toen wij op de motor ons vijfde meer in voeren, het 14.5 km lange Plauer Meer.
De jachthaven leek een beetje eenzaam, dus sloten we ons aan bij de andere boten die dobberden buiten de ophaalbrug, die ons toegang naar de stad en de Müritz-Elde-Waterweg zou geven. We lagen aan de kant vast, net achter de brug, en voordat we teruggingen naar Waren, gaven we onszelf een paar uur om in de stad rond te dwalen met haar aantrekkelijke pastelgetinte halfhouten gebouwen die zo typisch zijn voor het gebied. Die avond hieven we de mast opnieuw op, waarin we inmiddels redelijk ervaren en bijna bekwaam in waren geworden om de taak aan de andere kant te voltooien zonder de boot daarvoor tussentijds te moeten stoppen.
Wij hadden een auto in Waren waarmee Michael rondreed, terwijl ik de boot terugvoer naar Röbel. In de middag, met het weer dat onzeker werd, kropen we in de auto om bezienswaardigheden te bezoeken en om Suleika’s gerepareerde salon tafel, die door uitbundige kinderen was gebroken, bij een meubelfabriek op te halen. De volgende dag was opnieuw mistig en bewolkt, dus voeren we langs de westzijde van de Müritz om de haven bij Sietow Dorf en het kasteel en jachthaven van Klink te bezichtigen. Die middag kwam de zon door en wij vertrokken onopgemerkt van Röbel voor een definitieve laatste ontspanningstocht op de Müritz alvorens we Suleika op de Kuhnle-Tours basis in Rechlin terugbrachten.
Voor iemand die met de kust van Normandië en Bretagne vertrouwd is, vond ik deze stijl van het varen zeer de moeite waard en met verschillende voordelen. Het toerisme kwam op in de Mecklenburgse meren na de hereniging van Duitsland in 1989. Nieuwe jachthavens ontpoppen zich elk seizoen, en u kunt ’s nachts aanmeren en ‘s morgens zeer vroeg vertrekken, zeilen, stoppen in een of andere haven of aan een steiger voor ontbijt, een andere locatie voor een picknick lunch, dan voor twee of drie uur in de middag zeilen en nog een overvloed aan tijd om te gaan zwemmen, een maaltijd en avondwandeling in een typische Mecklenburgse stad.









